Het blussen van branden is de meest bekende taak van de brandweer. Afhankelijk van het incident worden er een of meerdere brandweervoertuigen gealarmeerd.
Voertuigen
Blusvoertuigen van de brandweer worden een tankautospuiten genoemd. Deze voertuigen hebben zelf 1500 liter water aan boord. Dit is vooral bedoeld voor de eerste inzet. De brandweer kan zo snel beginnen met blussen, nog voordat de slangen aangesloten zijn op een brandkraan of open water. De standaard bestrijding van een brand gebeurt met tankautospuiten (TS).
Naast tankautospuiten bezit de brandweer andere voertuigen die bij brand kunnen worden ingezet. Bij hoge gebouwen wordt er veelal gebruik gemaakt van redvoertuigen. De naam zegt het al met een redvoertuig kun je iemand redden van een verdieping of balkon. Een redvoertuig kan een hoogwerker met een korf zijn waarin een manschap staat die de korf bedient of een ladderwagen met een uitschuifbare ladder met of zonder korf waar ook een mandschap in staat die de korf bediend. Met een redvoertuig wordt de zogenaamde tweede vluchtweg gecreëerd voor mensen in nood.
(brandweer die persoon redt uit pand)
Daarnaast heeft een redvoertuig ook een blus functie. Op de korf zit een spuit stuk. Het redvoertuig wordt dan gevoed door de pomp van een andere tankautospuit, dit omdat een redvoertuig zelf geen pomp en tank heeft. Omdat een redvoertuig een hoog water verbruik heeft betekent het dat de TS die het redvoertuig voedt zelf niet meer kan blussen.
(de hoogwerker van brandweer Leeuwarden)
Water is een probleem bij inzetten hoger dan middelbrand (brandomvang voor twee TS'sen) vaak kan de primaire watervoorziening (de ondergrondse brandkranen, kortom het drinkwaterleidingnet) wel twee TS'sen voeden. Maar als er grote brand wordt gegeven of men wil een redvoertuig inzetten dan moet men over gaan op secundaire watervoorzieningen. Dit zijn vijvers en sloten. Als deze dicht bij het object liggen dan kan dat worden gedaan met de TS zelf of een motorspuit aanhanger, deze worden vooral gebruikt in de buitengebieden, of een derde TS in een aanjaagverband. Ligt de dichtstbijzijnde voorziening verder dan 200 meter van het object dan moet de hulp inschakelen van het grootwater transport. Daarvoor zijn er grote pompen en slangen die over een lengte van een kilometer kunnen worden uitgelegd. Dit heet een dompelpomphaakarmbak + slangenbak (DPH-SL) ook wel de combibak genoemd. Hiervan staan er een stuk of 10 in Fryslân gestationeerd op strategische plaatsen.
Tevens beschikken we in Fryslân over acht brandweervaartuigen. Met de grote hoeveelheid meren en watersporters elke jaar is dit geen luxe.
Blusmiddelen
In de meeste gevallen blust de brandweer met water. Dit wordt afgetapt via een brandkraan (primaire watervoorziening) of van het oppervlaktewater (kanalen, sloten en meren = secundaire watervoorzieningen).
Soms blust de brandweer met schuim. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij vliegtuigbranden, vloeistofbranden en bij sommige chemische stoffen.
Daarnaast worden er een aantal TS'sen uitgerust met het One-Seven systeem. One-Seven staat voor één druppel water komen 7 schuimblaasjes. Het voordeel van blussen met schuim is dat er veel minder stoom ontstaat tijdens het blussen, eventuele slachtoffers hebben minder last van stoomvorming. Er ontstaat minder rookontwikkeling bij het blussen, dus minder rook inhalatie voor eventuele slachtoffers en tot slot een hele snelle "knock down" (60 tot 80 % verlagen van het brand intensiteit van de brand) van de brandhaard. Door het isolerende effect van het schuim kan er geen zuurstof meer bij het brandbare materiaal komen waardoor de brand zich lastig kan uitbreiden.
Poeder wordt gebruikt voor vlambranden. Het stopt de verbrandingsreactie. Poeder heeft als nadeel dat het geen koelend vermogen heeft. Men moet altijd beducht zijn op een herontsteking van de brand door warmte. Voor poederblussers wordt voor het grootste deel gebruik gemaakt van natriumbicarbonaat, een niet schadelijke stof. Het kan echter wel een vervelende bijwerking hebben, bij inslikken van het poeder kan men last krijgen van diaree. Het is verstandig om na een blussing met poeder de handen te wassen!
Tot slot, zand. Zand wordt gebruikt voor het blussen van metaalbranden. Bij metaalbranden is water een volstrekt verkeerd blusmiddel. Het zal juist de brand bevorderen. Door de metaalbrand zal het water ontleden in zuurstof en waterstof. Waterstof is uiterst brandbaar en zuurstof brandbevorderend. Zaak om branden te blussen met het juiste blusmiddel!